Recensies A tot en met D

DAMOLEGI

 

Recensies A tot en met D

 

Al de mooie paarden – Cormac McCarthy *****

 

Onlangs kocht ik op een verkoop van “afgeschreven” boeken in de bibliotheek de roman “Al de mooie paarden” van Cormack McCarthy . Omdat ik zo genoten had van “Geen land voor oude mannen” en “De weg” van dezelfde schrijver was ik zeer benieuwd naar dit verhaal.

En dit verhaal is eenvoudig en speelt in 1949: de zestienjarige John Grady Cole woont in Texas op de ranch van zijn grootvader. Zijn ouders leven gescheiden. Zijn moeder is liever in het theater dan thuis en zijn vader woont elders en is ernstig ziek. Als zijn grootvader sterft vertrekt John, samen met zijn vriend Rawlins, te paard naar Mexico om daar een bestaan als cowboy te gaan leiden. Onderweg voegt zich nog een andere jonge avonturier bij hen, Jim Blevins. Jim berijdt een erg mooi en schijnbaar kostbaar paard. Na een hachelijke onderneming om Jims gestolen paard terug in handen te krijgen gaan Jim en Rawlins noodgedwongen met hun tweeën verder. Ze gaan als veedrijvers werken op een grote Mexicaanse ranch waar Jim verliefd wordt op Alejandra, de dochter van de eigenaar. “De laatste keer dat hij haar zag … kwam ze uit de bergen omlaag rijden, statig rechtop, uit een dreigende bui in het noorden en met donkere wolken hoog boven haar hoofd… Haar zwarte haar woei om haar schouders en het weerlicht viel stil door de zwarte wolken achter haar. Schijnbaar nietsvermoedend reed ze door het heuvelland omlaag terwijl de wind de eerste spatten aanwoei, en toen het hoge grasland in en langs de blanke rietomzoomde plassen, statig rechtop tot de regen haar inhaalde en haar gestalte versluierde in dat wilde zomerse landschap: een echt paard, een echte ruiter, echt land en echte lucht en alles toch een droom.” Maar Jim is Amerikaan en arm dus dat is een probleem. Meer ga ik van het verhaal niet vertellen hoewel de kracht van het boek niet in het verhaal ligt maar in de ongelooflijk mooie taal en schrijfstijl van McCarthy.

Bijzonder mooi is de passage waarin de oudtante van Alejandra Jim vertelt over haar verleden en verloren liefde tijdens de Mexicaanse revolutie begin van de 20e eeuw.

Veel conversaties zijn er overigens niet in het boek. Maar wel zijn er prachtige beschouwingen “Hij dacht dat in de schoonheid van de wereld een geheim verborgen lag. Hij dacht dat het hart van de wereld klopte tot een verschrikkelijke prijs en dat het lijden van de wereld onevenredig toenam in verhouding tot haar schoonheid en dat in dat snel groeiende tekort het genot van één enkele bloem uiteindelijk misschien met het bloed van miljoenen moest worden betaald”, beschrijvingen van het woeste en droge landschap “Hij trok verder over het hoogland en daalde in de avond de noordhelling af en het voordal in waar de creosoot, donker olijfgroen na de regens, in plechtige kolonies stond zoals hij daar al duizend jaar en langer had gestaan, in die onbnewoonde wildernis, ouder dan welk leven wezen ook” en vooral van paarden. Die spelen in het leven van Jim een belangrijke rol. “… en bij het inslapen dacht hij aan paarden, aan het wijde land en aan paarden. Paarden die nog wild op de mesa leefden, die nog nooit een mens te voet hadden gezien en die niet wisten dat hij bestond maar in wier zielen hij voor altijd zou gaan wonen.”

Het is vaak zo mooi, zo mooi, dat het me ontroerde. En zo een roman, die overigens de afbeelding van een revolver op de rug draagt en dus als thriller gecatalogeerd werd, wordt dan in de bibliotheek afgeschreven! Bedroevend vind ik.

Ga dus snel naar dit boek op zoek. Het verhaal vormt het eerste deel van de Grenstrilogie en is onder die titel ook uitgegeven samen met “De grens” en “Steden van de vlakte”.

 

 

 

Alleen in Berlijn – Hans Fallada

 

1942. Otto en Anna Quangel, een ouder echtpaar, leven in een woonblok in Berlijn. Otto is werkmeester in een meubelfabriek en Anna is huisvrouw. Ze leven erg op zichzelf en ook op het werk heeft Otto weinig contact met zijn collega’s. Hun buren zijn van divers pluimage: gewezen rechter Fromm, de oudere joodse mevrouw Rosenthal wiens man is aangehouden door de Gestapo, de fervente nazi-familie Persicke en het marginale gezin Barkhausen.

Als de Quangels op een dag het bericht krijgen dat hun enige zoon aan het front gesneuveld is verandert hun leven drastisch. Dit drama maakt van hen hevige tegenstanders van Hitler en de nazi’s. Otto zegt zijn baantje bij het “Arbeidsfornt op en Anna stapt uit de “Vrouwenbond”. Als daad van verzet besluit Otto, met medeweten van zijn vrouw, anonieme briefkaarten met teksten tegen Hitler te verspreiden. Een paar jaar gaat dit goed maar dan lopen ze tegen de lamp, en dat terwijl hun actie niet veel heeft uitgehaald want de overgrote meerderheid van de kaarten werden prompt door de angstige vinders aan de Gestapo bezorgd.

Hans Fallada baseerde dit boek op het leven van het arbeidersechtpaar Elise en Otto Hampel, die vanaf 1940 eendere briefkaarten verspreidden en die in 1943 beiden werden terechtgesteld.

De stijl van het boek is erg eenvoudig. Geen metaforen of andere stijlfiguren. Een eenvoudige vertelling over de Quampels en hun omgeving in het nazitijdperk. Soms doet het verhaal wat naïef en simplistisch aan in zijn wit-zwart tegenstellingen. De goeden zijn echt goed en de kwaden zoals de familie Persicke echt slecht. Maar toch vind ik het een ontroerend verhaal, net door die eenvoud van de 2 hoofdpersonen, totaal afgezonderd in een maatschappij waar iedereen elkaar wantrouwt en de dreiging van aanhouding allen steeds boven het hoofd hangt, ook als men niets heeft misdaan of ondernomen tegen de partij. Op hun manier willen Otto en Anna toch tegen Hitler in opstand komen en daardoor hun leven in gevaar brengen. Niets doen en je op de achtergrond houden was voor hen niet langer een optie.

Het boek werd in 1947, na de dood van de schrijver, voor het eerst uitgegeven onder de titel “Jeder stirbt jür sich allein”.

Hans Fallada is een pseudoniem voor Rudolf Ditzen. Hij werd geboren in 1893 en stierf in 1947. Hij was afkomstig uit de betere burgerij. Zijn vader was een arrondissementsrechter en later raadsheer. Hans was een labiele jongen die al jong zowel in de gevangenis als in de psychiatrie belandde. Ook kampte hij al van jonge leeftijd met drugsverslaving. Hij had meerdere beroepen. Tijdens het nazi-tijdperk heeft hij zich nooit openlijk tegen Hitler uitgesproken. Hij was zelfs actief voor de Rijksarbeidsdienst. Zijn boeken werden wel door de nazi’s verboden. Na de tweede wereldoorlog werd hij door het Rode Leger een tijd ingezet als burgemeester in Feldberg, tot hij weer in een psychiatrische inrichting belandt. Zijn meest bekende roman verscheen in 1932: “Kleiner mann – was nunn?” . Dit boek maakte hem wereldberoemd en het werd in vele talen uitgegeven. Verder schreef hij o.a. nog ‘De drinker’ en ‘In mijn vreemde land. Berichten uit de gevangenis 1944.’

 

Alsof het voorbij is – Julian Barnes ****

 

“… maar wat je je uiteindelijk herinnert is niet altijd hetzelfde als wat je hebt meegemaakt.” realiseert Tony Webster, de hoofdpersoon van deze roman, zich.

Tony is een zestiger. Hij woont sinds zijn scheiding, 20 jaar geleden, alleen. Hij heeft één dochter die op haar beurt getrouwd is en kinderen heeft. Met zijn ex-vrouw kan hij nog goed overweg. Geen grote gebeurtenissen, passie of drama’s maar een eerder gezapig leven heeft hij tot nu toe achter de rug.

In zijn schooltijd vormde hij met Alex en Colin een hecht vriendengroepje. Zoals alle jongeren hadden dweepten ze met grote schrijvers en denkers, hadden ze hoog gespannen verwachtingen van het leven dat volgens hen nog echt moest beginnen en dat dan zou worden zoals de levens in de literatuur vol passie en avontuur. Toen kwam Adrian bij hen op school en hij vervoegde de vriendengroep. Adrian was een briljante student, echter zonder er mee te koop te lopen of op de anderen neer te kijken. Het was dus logisch dat Adrian in Cambridge zou terecht komen terwijl de andere 3 vrienden elk hun eigen weg gingen.

Aan de universiteit ontmoette Tony zijn eerste vriendinnetje Veronica. Ook zij is intelligenter dan Tony en ze komt uit een hogere sociale klasse dan hij. Tony voelt zich vaak haar mindere. Hij verlangt vaak naar haar maar echte seks, dat laat ze niet toe. Als ze hun relatie beëindigen is dat niet zonder elkaar te kwetsen.

Een tijd later krijgt Tony een brief van Adrian die hem vertelt dat hij nu een relatie heeft met Veronica en die hem vraagt of hij daar bezwaar tegen heeft. Tony antwoordt op een luchtige studentikoze wijze van nee. Tenminste zo herinnert hij het zich. Terwijl hij nog studeert verneemt Tony dat Adrian zelfmoord heeft gepleegd.

Maar Tony ’s leven gaat verder: afstuderen, werken, trouwen, vader worden, scheiden, op pensioen gaan. Tot zover het eerste deel van het boek.

In deel 2 neemt het leven van Tony alsnog een onverwachte wending. Hij verneemt dat de overleden moeder van Veronica hem een som geld en het dagboek van Adrian heeft nagelaten. Het dagboek blijkt echter in het bezit van Veronica te zijn en die wil er geen afstand van doen. Tony blijft aandringen. Hij wil kost wat kost het dagboek in handen krijgen. Maar het enige wat hij van Veronica loskrijgt is een kopie van een stuk van het dagboek en van een brief die hij ooit aan Adrien schreef. En zo wordt Tony geconfronteerd met een minder fraaie kant van zichzelf, met schijnbaar kleine daden die hij ooit stelde maar die achteraf grote en zelfs noodlottige gevolgen hebben gehad.

Dit boek gaat over de onbetrouwbaarheid van herinneringen, over zelfbedrog en wroeging. Over het leven dat maar verder loopt zoals de rivier de Severn waar Tony ooit met Veronica was, maar net als de Severn, door de inwerking van de getijden, plots een andere kant op kan stromen, kan er ook in het leven onverwacht iets gebeuren waardoor alles wat vroeger zeker leek ineens op zijn kop komt te staan.

Slechts 158 bladzijdes telt het boek maar het heeft mij echt overdonderd. Erg goed geschreven , een eenvoudig taalgebruik maar toch met boeiende beschouwingen en regelmatig moet je het even wegleggen om na te denken over hetgeen je las. Een boek ook om nog eens een tweede keer te lezen.

De oorspronkelijke titel van het boek is “The sense of an ending”. Julian Barnes won er in 2011 de Booker Prize mee en samen met de schrijver won de Nederlander Ronald Vlek, die de roman vertaalde in het Nederlands, in 2012 de Europese Literatuurprijs voor hetzelfde boek.

 

Al wat schittert – Eleanor Catton ****

 

Vorig jaar won de jonge Nieuw -Zeelandse schrijfster Eleanor Catton de Booker Prize met dit boek. Ik heb dit boek onlangs als E-book gekocht en ben er onmiddellijk aan begonnen.

Het verhaal speelt zich af in de 2e helft van de 19e eeuw, in Nieuw Zeeland, in een klein dorpje aan de kust in de nabijheid van goudzoekerskampen. Er wordt een man dood aangetroffen, een andere is verdwenen en één van de plaatselijke hoeren wordt gewond en gedrogeerd op straat aangetroffen. Een deel inwoners willen achterhalen wat er gebeurd is en zij komen samen in de rookkamer van een hotelletje waar net een jonge Engelsman, Walter Moody, is aangekomen. Aan hem vertellen zij om beurten wat zij weten en denken te weten. Elke verteller die aan bod komt wordt ook omstandig beschreven, niet enkel hoe hij er uit ziet maar vooral wat voor een mens het is: zijn gevoeligheden, zijn sterktes en zijn zwaktes. Dat vond ik erg knap gedaan.

Het verhaal is geschreven als een soort Charles Dickensboek (een Victoriaanse roman zegt de schrijfster zelf) met aan het begin van elk hoofdstuk in het kort wat er daarin te lezen is.

Verder blijft het verhaal spannend en interessant tot het einde.

Ik hou niet van erg dikke boeken (in dit geval 800 blz. in de E-bookversie). Maar deze roman leek niet lang. Er stonden geen overbodige zaken in, geen bladvulling, wat je zo vaak aantreft in ander dikke pillen.

Is dit boek “wereldliteratuur”? Ik zou het niet kunnen zeggen. Maar het is erg goed geschreven, verfrissend en origineel, het verhaal boeit, het is aangenaam om te lezen en je leert er ook nog wat uit bij. Wat kan je meer van een goed boek verlangen? Voor mij is het een absolute aanrader.

Dit is wat Eleanor Catton zegt over deze roman, in een gesprek dat in De Standaardboekenbijlage staat: "Ik wilde een klassiek verhaal schrijven, een moordmysterie met slechteriken en geliefden, met archetypen zoals je die in sprookjes vindt.... Mijn personages zijn echte raconteurs, ze genieten er van om in debat te gaan, om te filosoferen over hypothetische kwesties..... Net als 19e eeuwse auteurs beschrijf ik de personages wanneer ik ze voor het eerst opvoer. Ik vertel iets over hun psychologie en hun uiterlijk..."

Een ideaal boek om mee op vakantie te nemen!!

 

Babbitt - Sinclair Lewis

 

Babbitt werd geschreven in de jaren 20 van de vorige eeuw en Sinclair Lewis was de eerste Amerikaan die de Nobelprijs literatuur won, in 1930.

Ik heb heel erg moeten lachen tijdens het lezen van het verhaal van Babbitt. Net wat ik nu even nodig had.

Babbitt is een makelaar 46 jaar. Hij heeft een zaak samen met zijn schoonvader.

Hij neemt zichzelf heel erg serieus en hij is vastbesloten de maatschappelijke ladder zo hoog mogelijk te beklimmen.

Maar tegelijkertijd komt de middelbare leeftijd en de twijfel.

Doet hij wel wat hij echt wil? Zou hij toch niet liever ook eens uit de band springen?

Genoten van dit boek met een constante glimlach.

Alleen het einde vond ik ietwat minder geslaagd maar dat bedek ik met de mantel van humor ipv de liefde.

Billy – Albert French

Het boek speelt zich af in Mississipi in de jaren dertig. Billy, een tienjarige zwarte jongen, gaat samen met een vriendje op een warme dag spelen in een meertje. Twee blanke meisjes zien hen en verjagen hen uit het water. Het vriendje kan ontsnappen maar Billy wordt erg hardhandig aangepakt. Als ze hem echter laten lopen terwijl ze hem nog beschimpen, wordt hij woedend en verwondt één van de meisjes met zijn mes. Zij bezwijkt aan de verwondingen. Al gauw verspreidt zich in de blanke gemeenschap het nieuws dat de schuldigen zwarten zijn. De haatgevoelens tegen al wat zwart is laaien erg hoog op. Billy wordt opgepakt, in de gevangenis gezet en later, ondanks zijn jeugd, terechtgesteld op de elektrische stoel.

Het is een erg aangrijpend boek, in die mate zelfs dat ik het soms even moest wegleggen. De schrijver kan erg goed de sfeer oproepen van het warme Mississipi, de racistische vooroordelen van de blanken, de angst in de zwarte gemeenschap en vooral de angst en de wanhoop van Billy en van zijn moeder. Een aanrader.

 

Cassandra - Dorothy Baker ***

 

"Cassandra" van Dorothy Baker verscheen in 1962 onder de titel "Cassandra at the wedding". Het boek werd nu op opnieuw in het Nederlands uitgegeven.

Het verhaal gaat over de identieke tweeling Cassandra en Judith en over de twee-éénheid van tweelingen. Tenminste voor Cassandra is dit zo. Zij voelt zich enkel een compleet mens samen met haar zusje.

De twee hebben bijna hun hele leven samen doorgebracht en zijn nu jonge twintigers. Maar negen maanden geleden verliet Judith het appartement in Berkeley waar ze samen woonden en verhuisde ze naar New York. En nu gaat ze trouwen en hier kan Cassandra zich niet bij neerleggen.

Het boek omvat drie delen, achtereenvolgens verteld door Cassandra, door Judith en het eindigt opnieuw met Cassandra.

De eerste keer dat Cassandra aan het woord komt omvat het grootste deel van het boek en ik vind dit ook het sterkste. Het is een monologue intérieur en er gaat een zekere dreiging van uit, een gevoel van naderend onheil. De gedachte haar zusje Judith te verliezen aan een man is ondraaglijk voor Cassandra. En met alle middelen wil ze het huwelijk voorkomen. Dit deel doet sterk denken aan “De bruiloft” van Carson Mc Cullers waarin ook een, weliswaar jonger, meisje het huwelijk van haar broer niet kan aanvaarden.

Judith staat duidelijk sterker in het leven dan haar tweelingzus. Zij is van plan een eigen leven op te bouwen, ze houdt van haar verloofde Jack, maar toch is ze ook bang om Cassandra te kwetsen. Ze laat zich echter niet van de wijs brengen.

Het boek is erg goed geschreven met veel aandacht voor de psychologie van de twee hoofdpersonen. Om er dus ten volle van te genieten is het wel nodig om langzaam te lezen. Het is geen verhaaltje om snel doorheen te gaan.

Ondanks het feit dat het al meer dan 50 jaar geleden geschreven is, doet nergens gedateerd aan.

 

De schrijfster Dorothy Baker werd in 1907 geboren in de staat Montana VS als Dorothy Dodds. Ze groeide op in Californië. Ze was getrouwd met de dichter Howard Baker. In 1938 schreef ze haar eerste roman “Young man with a horn”. Dit boek werd verfilmd onder dezelfde titel met Kirk Douglas, Lauren Bacall en Doris Day.

Het boek “Cassandra at the wedding” is haar laatste roman. Volgens haar man is hij gebaseerd op het leven van het echtpaar en hun twee dochters.

In 1968 overleed Dorothy Baker aan kanker.

 

 

De erven Opperman – Lion Feuchtwanger

 

Dit boek heeft me heel erg geraakt en niet omwille van de schrijfstijl (die wel goed was) maar wel door de inhoud en de sfeer.

Het is een politiek boek, geschreven begin jaren ’30 in Duitsland. Daar speelt het zich ook af, namelijk in het Berlijn van 1932 en 1933.

De erven Opperman uit de titel maken deel uit van een welgestelde Joodse familie. Martin leidt het meubelbedrijf dat door hun grootvader werd opgericht. Edgar is een gerenommeerd chirurg en Gustav heeft eigenlijk geen duidelijke bezigheden, net als schoonbroer Jacques. De zaken gaan nog goed, ondanks de haat tegen de joden die door de nazi’s al 14 jaar wordt gepredikt.

In 1932 schijnen de nazi’s over hun hoogtepunt heen te zijn maar begin 1933 wordt Hitler tot Rijkskanselier benoemd, omwille van allerlei politieke en economische manoeuvres.

Plots wordt de sfeer veel dreigender. De bruinhemden paraderen trots in de straten

De druk op de joden en de linksen neemt overal toe.

Als in februari de rijksdag afbrandt gaat het van kwaad naar erger.

Mensen worden op basis van geruchten en leugens opgepakt, ondervraagd en gemarteld, en ook naar concentratiekampen gestuurd om daar terug opgevoed te worden tot “goede Duitsers”

Ook de leden van de familie Opperman krijgen hun deel van de ellende. En ieder van hen tracht te ontkomen op zijn eigen manier.

Maar het is ook niet het verhaal van de familie Opperman dat me zo geraakt heeft, maar meer wat er zich in 1932 en 1933 in Duitsland heeft voorgedaan. Hoe door leugens, jarenlange indoctrinatie, het creëren van een sfeer van angst en wantrouwen, het muilkorven van kritische pers, het liquideren van tegenstanders enz. er heeft kunnen gebeuren wat er toen de daaropvolgende jaren effectief gebeurde.

Ook de onverschilligheid van het buitenland was manifest. Ook hier wogen economische belangen zwaarder door dan het lot van de Joden.

Velen geloofden dat het allemaal zo erg niet was, of dat het niet lang kon duren net omdat het zo erg was zodat mensen dat niet zouden blijven pikken.

En dat alles doet me huiveren als ik naar hier en nu kijk.

Want wie niet blind is moet de paralellen toch zien!

Immers naast een schromelijk tekort aan een echt kritische pers is er ook het lot van de vluchtelingen die de oorlog, de onveiligheid en de armoede ontvluchten en wier toestand niet zo veel verschilt van de weggevoerden in Nazi Duitsland.

Ook hier gaan er nu stemmen op die roepen om ze “allemaal terug het water in te drijven”!

“De erven Opperman” vormt het tweede deel van een drieluik dat Feuchtwanger schreef.

Het eerste deel, “Succes” gaat over de opkomst van een extreem rechtse partij en verscheen in 1930.

Het derde deel, “Exil”, over Joden in ballingschap, werd voor zo ver ik weet nog niet in het Nederlands vertaald.

 

De gebroeders Sisters – Patrick deWitte ****

 

Van dit boek heb ik genoten van het begin tot het einde!

Eli en Charlie Sisters zijn twee notoire huurmoordenaars in het Wilde Westen tijdens de helft van de 19e eeuw.

De broers zijn elkaars tegenpool.

Charlie is de oudste, de harde en de meest agressieve, verslaafd aan de drank, maar wel de meest uitgekookte van de twee.

 

Toen Charlie jonger was, was hij vaak vrolijk geweest en zong hij graag. Maar dat was voordat we ons met de Commodore inlieten. Sindsdien was hij op zijn hoede en was hij hard geworden, dus in zekere zin was het triest om hem zo in die glinsterende beek te zien stoeien, …. Hij bracht een bezoekje aan zijn vroegere zelf maar niet voor lang, en ik wist dat hij snel genoeg weer zou terugkeren naar zijn vroegere zelf.”

 

Eli is de jongere broer, een nogal dikke man, gevoeliger, denkt meer na over hun daden en hun leven. Maar zijn broer Charlie weet hem toch uit zijn tent te lokken zodat ook Eli gewelddadig uit de hoek kan komen. Toch heeft hij ook scrupules. Een huurmoordenaar met scrupules dus!

Eli is ook de verteller van het verhaal.

De broers werken in opdracht van een rijk en louche man, de Commodore, die hen inhuurt om zijn vuile werk te laten opknappen.

Ze zijn onderweg naar de goudzoekers in Californië waar ze een zekere Herman Kermit Warm moeten ombrengen. Hij zou de Commodore bestolen hebben.

Onderweg komen ze nog andere minder fraaie figuren tegen en er wordt af en toe een stevig robbertje gevochten.

Maar na een gevaarlijke situatie begint Eli aan zijn broer Charlie . te twijfelen.

“Ik probeerde me in te denken wat hij op zijn beurt aan mij zag: mijn haar in de war, mijn opgeblazen buik die tegen een niet schoon hemd schuurde, mijn rooddoorlopen ogen vol pijn en wantrouwen. En ineens realiseerde ik het me: ik wás geen koelbloedige moordenaar. Ik was het niet en was het nooit geweest en zou het nooit worden ook. Charlie had handig gebruik weten te maken van mijn opvliegendheid, zo zat het.”

En hij deelt Charlie mee dat hij wil stoppen met werken voor de Commodore en een meer normaal leven leiden. Maar eerst nog deze laatste klus afmaken, zoals beloofd!

Hoewel soms ook gewelddadig, is het boek geen cowboyroman. Er komt een behoorlijke dosis onderkoelde humor in voor.

Een paar voorbeelden:

 

“Hoe konden ze met zulke buitenissige kleding zo sterk op elkaar lijken, vroeg ik me af? Het kon niet anders of een van hen had zich als eerste zo uitgedost. Was deze man aangenaam verrast geweest toen de anderen hem hadden nageaapt, of had het hem juist geërgerd dat zijn kenmerkende flair door hun navolging was gedevalueerd?”

 

“‘Ik ben van plan de tweede weg in te slaan,’ vervolgde Mayfield… Ik zal mezelf voor ogen houden wie ik ben, of was, want ik vrees dat mijn gecapitonneerde leventje hier me lui heeft gemaakt. Het feit dat jullie zo gemakkelijk de overhand op me hebben gekregen is daarvan het bewijs, lijkt me.’ ‘Hij omschrijft zijn lafheid en gebrek aan daadkracht als luiheid!’ zei Charlie.

‘En met vijf dooien,’ zei ik, ‘omschrijft hij onze toe-eigening van zijn rijkdommen als gemakkelijk.’

‘Hij heeft een omschrijvingsprobleem,’ zei Charlie.”

 

Helemaal een boek dat verfilmd had moeten worden door de gebroeders Coen!

 

Ik wil niet bewerend dat de schrijver omwille van dit boek de Nobelprijs moet winnen maar ik het het met plezier gelezen.

En waarom ik dit boek zo leuk vond om te lezen, ook al kwamen er ook wel een paar gruwelijke scènes in voor, : de stijl waarin het werd geschreven, korte hoofdstukken, vlot verteld verhaal en de grappige conversaties.

De roman is onderverdeeld in 3 delen en een epiloog. De 3 delen bestaan uit korte hoofdstukjes, vaak maar één pagina, en in die delen zijn er ook nog 2 korte intermezzi die zich in de gedachtenwereld of de droomwereld van Eli afspelen.

Het boek verscheen in 2011 en stond dat jaar op de short list voor de Booker Prize. Het werd in 2012 in het Nederlands vertaald en uitgegeven bij uitgeverij De Arbeiderspers.

Het zou ook verfilmd worden maar niet door de Coen broers maar door Jacques Audiard ("Un Prophète", "De battre mon coeur s’est arreté”, "Dheepan") met John C Reilly in de hoofdrol. Deze acteur was ook de keuze van De Witt.

Zowel Cutting Edge, 8Weekly als De Volkskrant beoordeelden het boek met 4 sterren.

 

 

De geheugenloper – Ron McLarty

 

Eens opruimen kan voor aangename verassingen zorgen. Zo ontdekte ik tussen mijn boeken een recensie die in de Morgen verscheen in 2005, in de tijd dus dat die krant er nog een boeiende boekenbijlage op na hield.

“De geheugenloper” van Ron McLarty dus!

De vrijgezel Smithson Ide uit East Providence is 40 jaar en weegt 127 kilo als zijn ouders bij een verkeersongeval om het leven komen.

Bij het opruimen van hun huis vindt hij een brief uit Los Angeles waarin staat dat zijn oudere en enige zus Bethany aan onderkoeling gestorven is. Haar lichaam wordt in een mortuarium bewaard.

Bethany was als meisje heel erg mooi maar soms gebeurde er iets vreemd met haar. Ze kan dan plots bevriezen in poses. Andere keren verdwijnt ze. Het hele gezin gaat dan op zoek naar haar. De zorgen om Bethany overheersen het leven van Smithson en zijn ouders, want ze houden alle drie erg veel van haar. Zelfs als kind is Smithson, of Smithy zoals hij ook genoemd wordt, altijd op zijn hoede, er op toegespitst de minste verandering bij zijn zus op te merken.

Ooit was hij een magere hardloper, maar nadat zijn zus definitief verdween stortte hij zich op eten en werd hij elk jaar dikker.

Nadat hij de brief uit Los Angeles heeft gelezen stapt hij echter op zijn oude fiets en hij begint te rijden, richting

L A. Onderweg haalt hij herinneringen op, verliest hij langzaam aan gewicht en vindt hij de liefde.

“De geheugenloper” is een mooi en ontroerend boek over verlies, liefde en toewijding.

 

De geniale vriendin - Elena Ferrante

 

Ik vond dit boek goed geschreven. Het verslag van een vriendschap tussen twee bijzondere meisjes in een armer deel van Napels, in de jaren 50 van vorige eeuw.

De hele samenleving, de macho-mannen en jongens, de nawerking van de oorlog, de invloed van de maffia, de pogingen om aan de armoede te ontsnappen, het is allemaal heel treffend weergegeven.

Maar, ik vond het abrupte einde erg teleurstellend.

Het was niet wat je een open einde noemt. Plots stopt het, zonder dat je enige opheldering krijgt over het begin van het boek ook.

Het was eerder het slot van een hoofdstuk of van een TV-feuilleton: "Come and see next week".

Ik las ergens dat deze roman deel zou uitmaken van een trilogie en ik kocht inmiddels ook al het tweede deel.

Maar een trilogie kan toch ook met een min of meer afgerond einde, zodat je de delen afzonderlijk kan lezen?

"De geniale vriendin" werd in 2013 vertaald in het Nederlands. Het vervolg dit jaar.

Als je dit boek in 2013 las en dan twee jaar op het vervolg moet wachten, wat blijft er dan nog hangen?

Jammer vind ik.

 

De grote zaal - Jacoba Van Velde

 

Dit boek was het geschenk van de openbare bibliotheken in Nederland naar aanleiding van "Nederland leest" in 2010. Het werd geschreven in 1953 en het is eens te meer het bewijs dat oudere boeken niet altijd voorbijgestreefd en onleesbaar zijn. Integendeel is deze novelle een pareltje. Het vertelt de laaste maanden in het leven van de oude Geertruide die na een ziekte in de ziekenzaal van een rusthuis wakker wordt. Ze is helemaal verward en weet niet meer hoe ze er terecht is gekomen. Ze is er niet goed aan toe, het leven in het rusthuis en zeker in de ziekenzaal is helemaal niet aangenaam, de medebewoonsters maken het elkaar niet gemakkelijk. Vrouwen van allerlei slag die gedwongen samenwonen en hun einde afwachten. Toch is Geertruide vooral bezorgd om haar dochter die voor haar speciaal uit Parijs is overgekomen. Ik had nog nooit van de schrijfster gehoord en ik ben erg blij dat ik haar en dit boekje via een van onze damolegi heb leren kennen.

 

De hartslag van Moskou – Jiri Weil

 

In dit, deels op zijn eigen leven gebaseerd, boek vertelt Jiri Weil over het leven in de Sovjet Unie onder Stalin.

Het boek is in drie delen onderverdeeld.

In het eerste en grootste deel gaat het over Ri, een jonge en wat naïeve Tsjechische vrouw uit een burgerlijk milieu. Zij trouwde eerst een Joodse arts en trok met hem naar de kibboets in Israël. Haar man was echter behalve idealist ook een ideaal voor de vrouwen dus hun huwelijk liep spaak. Ri keert terug naar Europa. Zij houdt van de luxe die daar te vinden is: de mooie winkels, de koffiehuizen, de theaters . Dan ontmoet ze de ingenieur Robert die een job aangeboden kreeg in een fabriek in Moskou. Vele jonge en idealistische intellectuelen trokken in die tijd naar daar. Ri en Robert worden verliefd en trouwen. Robert vertrekt naar Moskou en later volgt Ri, beladen met allerlei luxeartikelen die ze in de Sovjet Unie vreest te missen.

Het verhaal begint eigenlijk met haar lange treinreis naar Moskou, waarin de vrees en de onzekerheid van Ri goed worden weergegeven. “Dus nu is ze op weg naar dat vreemde land waar de mensen geen koffie drinken, niet uit dansen gaan, geen auto’s hebben, niet in de bergen skiën, niet naar deftige koffiehuizen gaan maar in plaats daarvan bezig zijn met de opbouw van het socialisme, waar Ri in de krant over leest.”

Aanvankelijk ziet Ri het helemaal niet zitten in Moskou. De koude, de drukte, de manier van leven, het staat haar allemaal tegen. Zij aanschouwt voor de eerste keer de 1 mei parade. De eindeloze stroom mensen doet haar perplex staan : “Ri was perplex, overdonderd, verstomd, verlamd. Ze had het idee dat ze naar een windhoos keek, naar een natuurverschijnsel dat alles opslorpt wat maar op zijn weg komt, er waren zoveel mensen dat het geen mensen meer waren maar een onbekende, onbegrijpelijke kracht, bovenaards, ongrijpbaar.” Ze realiseert zich dat ze hier niet tegen opgewassen is “Ze voelt zich nietig e houdt zich stik. Ze zal zich ermee verzoenen, ze zal alles doen, alles, wat dan ook. Ze al in een fabriek gaan werken, desnoods als schoonmaakster of ongeschoold arbeidster, za zal met planken slepen op de binnenplaats van de fabriek of aan de draaibank staan, nu is alles voorbij. .. Maar deze wereld liefhebben zoals Robert doet, dat kan ze niet, kun je soms een windhoos liefhebben, kun je soms tegen een storm schreeuwen dat die op moet houden?”

Ze gaat dus effectief als arbeidster in een kogellagerfabriek werken en geraakt langzaam aan aangepast. Ze schopt het zelfs tot afdelingscheffin! “Je zult thans cheffin worden in een fabriek waar e met angst en beven begonnen bent en waar je zilverkleurige kogeltjes gepolijst hebt, op vergaderingen zul je het over het productieplan hebben en over de resultaten van je werk. Je zult aan het hoofd van je brigade in de optocht meelopen, met een hoog geheven vaandel dat vertelt dat je het productieplan gehaald hebt.”

In het tweede deel maken we kennis met Jan Fischer. Hij komt ook uit Tsjechië, is lid van de Partij en werkt als vertaler. Hij geeft na zijn werkuren ook les aan jonge arbeiders. Hij kwam als overtuigd communist naar Moskou maar met hem loopt het niet zo goed. Hij is was slordig, niet idealistisch genoeg, schopt tegen de verkeerde schenen. En daar zal hij voor moeten boeten. Ri en hij krijgen een affaire maar waar Ri opklimt in de geledingen van de communistische samenleving glijdt Jan af.

Het derde deel gaat ook over iemand die uit overtuiging naar de Sovjet Unie kwam, namelijk Werner Herzog, ook een vertaler. Hij komt uit Roemenië en woont met vrouw en kinderen in een koude, kleine en oude woning. Hij wordt door iedereen in de partij gerespecteerd en bewonderd. Hij zou best een betere woning kunnen krijgen maar dat wil hij niet. Jan en Werner zijn bevriend en één keer kan Werner Jan uit de problemen redden. Maar als Werner naar het Berlijn van de Nazi’s moet om een opdracht uit te voeren loopt het met hem ook slecht af. Hij wordt gevangen genomen en naar een concentratiekamp gebracht waar hij zwaar wordt mishandeld. Maar ook in deze omstandigheden probeert hij nog zijn medegevangenen te overtuigen van de zegeningen van het communisme. Meer dood dan levend wordt hij nog naar Moskou overgebracht maar daar sterft hij. Hij wordt met eer begraven. Ook zijn in ongenade gevallen vriend Jan is er maar hij telt niet langer mee. “Jan bestond niet meer en Herzog leefde nog voort in zijn open kist met rode anjers en vanen en zwarte rouwlinten… stilletjes sjokte hij (Jan) achter de stoet aan, in zijn eentje, als allerlaatste en niet meer onder de echt levenden… Het lichaam van Rudolf Herzog zweefde door het schemerdonker van Moskou, langs jugendstilgevels met imposante hoofingangen en zwart zij-ingangetjes, langs buikige kerken die op kloeken leken, langs kleine en byzantijnse torens, …. Het lichaam van Rudolg Herzog zweefde door Aziatisch Moskou, langs de trossen mensen die aan de trams hingen, langs de bouwsteigers van in aanbouw zijnde stations…Het lichaam van Rudolf Herzog zweefde langs reeds behaalde en nog te behalen productieplannen… De laatste van de stoet sjokte stilletjes in zijn eentje door onmetelijk Moskou. Jan Fischer, voormalig kameraad, burger, collega, lid van de drukkersvakbond.. een voormalig mens, een schim van zichzelf, een louter niets.”

 

Het boek heeft een grote indruk op me gemaakt. Soms vond ik het iets te uitgebreid, onder andere over de zuiveringsrondes, of technische en praktische details over het werk.

Maar er wordt zeer goed beschreven hoe verschillend mensen op situaties reageren, hoe de ene zich aanpast en de andere ten onder gaat, over idealisme en hoe dat kan gefnuikt worden. Over de kracht van de massa, de angst en het verraad. De taal is mooi en soms zelfs poëtisch terwijl het onderwerp dat toch helemaal niet is.

 

Jiri Weil werd in 1900 in Tsjechië geboren. Hij was Joods. Hij studeerde letteren aan de Karelsuniversiteit van Praag . Hij was vertaler en schrijver. Van in zijn jeugd sympathiseerde hij met het communisme. In 1933 vertrok hij naar Moskou om er als vertaler van partijteksten te werken. Hij kwam echter al snel in de problemen. In 1934 werd hij, net als Jan Fischer, wegens” incompetentie en bourgeois mentaliteit” uit de partij gezet. Uit die tijd dateert ook dit boek. Hij slaagde er nog in de Sovjet Unie te verlaten. Als Jood ontsnapte hij aan het concentratiekamp door een zelfmoord te veinzen en onder te duiken. Hij overleed in 1959 aan leukemie.

Van hem zijn nog in het Nederlands verschenen “Mendelssohn op het dak” en “Leven met een ster”.

 

De Jonge Bruid – Alessando Baricco

 

In een groot huis op het platteland woont de Familie: de Vader, de Moeder, de Dochter en de Oom. De Zoon is al geruime tijd op reis.

Zij leiden een bijzonder leven. Al honderddertien jaar is iedereen in de Familie gestorven tijdens de nacht. Omdat zij dit allen zo vrezen, is elk ontwaken een feest dat gevierd wordt met een uitgebreid ontbijt dat duurt tot in de late middag. En elke toevallige of niet toevallige bezoeker schijft mee aan tafel.

“De Familie is gewoon hen daar te ontvangen, in de stroming van het onstuimige ontbijt, uit een soort demonstratieve informeelheid die niemand, ook zijzelf niet, zou kunnen onderscheiden van de opperste arrogantie, te weten dat je mensen ontvangt in je pyjama.”

Op een dag klopt er tijdens het ontbijt iemand aan die men helemaal niet meer verwacht had: de Jonge Bruid, die als ze 18 werd, met de Zoon zou gaan trouwen.

Ook zij neemt haar intrek in het huis en samen met de Familie wacht zij op de terugkeer van de Zoon.

De familie heeft al jaren een trouwe dienaar, Modesto, het enige personage met een naam. Nog een andere persoon komt in het verhaal voor en dat is de Schrijver van de roman, die tussendoor het woord neemt over zijn persoonlijke leven en over zijn literaire schepping.

“… maar plotseling was ik niet meer aan het schrijven, ik was aan het leven – iets wat ik dus al sinds tijden nalaat, of in elk geval telkens ik de kans krijg- als leven tenminste de benaming is voor dit razendsnel terugkeren tot jezelf..”

Het boek wisselt vaak van perspectief. Dan is het in de zij- of hij-vorm, dan plots in de ik-vorm. De ik-persoon is ook niet steeds dezelfde. Dan is het de Vader, dan de Dochter en soms ook de Schrijver.

“… vertellen hoe ik, terwijl ik over de Jonge Bruid schrijf, soms min of meer plotseling van vertelstem verander, om redenen die me op dat moment geraffineerd technisch voorkomen, en op z’n hoogst matig esthetisch, met de voor de hand liggende resultaat dat ik het leven compliceer voor de lezer, wat op zich nog geen probleem is, maar ook met een irritant effect van virtuositeit dat ik in eerste instantie zelfs nog heb geprobeerd tegen te gaan;”

Zoals al de boeken van Baricco heeft ook deze roman een wat geheimzinnige, surrealistische sfeer. Soms deed het mij denken aan het sprookje “De Schone Slaapster”, de hele familie die “slaapt” tot de vloek, waardoor iedereen van hen al jaren ’s nachts overlijdt, door de kus van de prins of een ander wonder doorbroken wordt.

Ik vind dit niet het beste boek dat ik van deze schrijver las. Ik vond het nogal fragmentarisch en er komt nogal veel seks in voor, en dat vond ik blijkbaar niet alleen, ook een vriendin van de Schrijver: "Waarom al die seks?

Hoe bedoel je?

In het boek, al die seks.

Er komt bijna altijd seks voor in mijn boeken.

Ja, maar hier is het een obsessie…”

Voor mij zijn zijn beste boeken nog steeds het prachtige “Zijde” en “Oceaan van een zee”, samen met zijn non-fictie boek over boeken die hij graag las “Een bepaald idee van de wereld”.

Ik heb vooral genoten van de humor, de bijzondere vorm en vooral van de mooie taal:

“het enige waardige personage dat in die uren het braakliggende terrein van zijn onthutsing bewoonde”.

“Al die tijd zat ik naar haar te kijken terwijl ik zocht naar een naam voor dat dunne laagje dat achterblijft op de vrouwen die we hebben liefgehad wanneer de tijd is verstreken, terwijl we nooit echt uit elkaar zijn gegaan, of elkaar gehaat hebben, of ruzie hebben gehad – eenvoudigweg van elkaar losgeraakt.”

De e-bookversie van “de Jonge Bruid” telt slechts 133 blz. dus ik raad toch maar aan het te lezen.

 

De kamer – Jonas Karlsson ***

 

Dit boek werd me aangeraden door iemand van “iedereenleest”. Ik heb het in één dag uitgelezen. Het telt dan ook nog geen 200 blz.

Björn is een jonge ambtenaar die naar een andere dienst wordt overgeplaatst. Daar wil hij zich gaan waarmaken en zijn carrière uitbouwen. Meer ga ik niet over het verhaal vertellen.

Naar mijn gevoel waren er drie delen in het boek, die langzaam in elkaar overliepen. Het eerste deel vond ik grappig. Het deed me zo denken aan mijn laatste jaren op het hoofdbestuur van De Post: carrière maken als hoogste goed, vriendelijk zijn voor mensen die je omhoog kunnen helpen en de anderen negeren… Het tweede deel vond ik droevig, tragisch zelfs en het derde deel erg bevreemdend. Het verhaal bleef nog lang bij me hangen en dat is toch een teken dat het een goed geschreven boek is denk ik.

Lees het en oordeel zelf maar.

 

De laatste dag – Beppe Fenoglio

 

Alessandro Baricco zegt in zijn inleiding van deze novelle, dat “De laatste dag” nog beter is dan het later geschreven maar eerder uitgegeven “Een privékwestie” van Beppe Fenoglio.

En ik kan Baricco alleen maar gelijk geven.

Het boek vertelt het verhaal van Ettore. Hij was partizaan en vocht tijdens de 2e Wereldoorlog tegen de fascisten.

Nu de oorlog afgelopen is kan hij moeilijk zijn draai vinden. Hij is 22 jaar maar werkt niet, tot ergernis van zijn moeder. Als arbeider onder bevel van een baas kan hij niet aarden na zijn ervaring als partizaan. Dat vindt hij beneden zijn waardigheid.

Zijn vader slaagt er in hem een kantoorjob te bezorgen in een chocoladefabriek, maar ook dat ziet hij niet zitten. Maar zijn vader is ziek en zijn ouders hebben hierdoor geldgebrek. Ettore moet dus aan geld trachten te komen.

Hij gaat dan aan de slag bij een vriend, Bianco die hopen geld verdient met redelijk onfrisse zaakjes.

Ettore houdt van zijn ouders en van zijn vriendinnetje Vanda. Maar hij weet met zijn gevoelens geen- blijf. Om zijn emoties niet te tonen neemt hij vaak de toevlucht tot een vrij agressieve houding waar hij zich dan achteraf over schaamt.

Maar dan blijkt Vanda zwanger te zijn en Ettore wil zorgen voor vrouw en toekomstig kind. Hij wil niet langer bij louche zaakjes betrokken zijn, al verdiende hij daar bergen geld mee.

Meer over het verhaal wil ik niet vertellen.

Het boek is geschreven in een eenvoudige taal, geen lange zinnen.

De karaktertekeningen zijn erg goed. Ook de sfeer in het naoorlogse Italiaanse platteland is prachtig beschreven: de macho mannen, de ondergeschikte rol van de vrouwen, de agressie tegenover vrouwen en ook tussen de mannen onderling.

De schrijver velt over niets of niemand een oordeel. Ook verheerlijkt hij de partizanen niet. Hij heeft overigens zelf als partizaan gevochten!

Het boek is een klein meesterwerkje van nauwelijks 130 bladzijdes, met geen woord te veel.

Het is de eerste novelle die Beppe Fenoglio (1922-1963)ooit schreef, in de jaren 50. Zijn uitgever weigerde het uit te geven. Hij vond het te “filmisch”. Hij raadde de schrijver aan er korte verhalen uit te distilleren, hetgeen Fenoglio dan ook deed. Het boek, zoals het oorspronkelijk geschreven werd, verscheen pas 3 jaar geleden in Italië.

In 2015 verscheen de eerste Nederlandse vertaling.

 

De lafaards – Josef Skvorecky ****

Het boek beschrijft de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog in een klein Tsjechisch stadje, op een licht spottende manier, gezien door de ogen van een 18-jarige jongen. Hij speelt jazz muziek samen met een groepje vrienden. Als de opstand tegen de Duitsers wordt georganiseerd wil het hoofdpersonage zo graag een held zijn om indruk te maken op het meisje op wie hij verliefd is. Hij toont de houding van de notabelen in het stadje die zo gauw de Duitsers wegvluchten, ineens ware patriotten worden, hoewel daar tijdens de bezetting niet veel van te merken viel. De manier waarop de opstand van de Tsjechen wordt beschreven zou kunnen doen besluiten dat die niet veel om het lijf had. Dat zette kwaad bloed bij de autoriteiten die de schrijver lang hebben gedwarsboomd. Het boek is erg grappig in de beschrijving van wat er omgaat in de hoofdpersoon. De stijl doet wel wat denken aan “De vanger in het koren” van Salinger.

 

De ooggetuige - Ernst Weiss

 

“De ooggetuige” gaat over een arts-psychiater in Duitsland. Tijdens en na de 1e Wereldoorlog verpleegde hij gewonde soldaten met psychische stoornissen. Onder die patiënten bevond zich ook korporaal A.H., uit Oostenrijk. Een mislukte schilder. Hitler dus.

Hij is tiranniek, hysterisch, rancuneus, geobsedeerd door 'der Judt' die overal en van alles de schuld heeft. (Klinkt bekend!)

Na de oorlog en het opdoeken van de soldatenkliniek, nam de arts het medisch dossier van A.H. mee. En dat komt hem, jaren later, duur te staan.

Het boek is goed geschreven, rekening houdend met het korte tijdsbestek waarin dit gebeurde hoewel ik de verhaallijn soms wat ongeloofwaardig vond.

Wat mij vooral opviel en trof waren de gelijkenissen met nu: de blinde verering van een massa mensen voor een leider, hun blindheid ook voor de verspreide leugens, hun onvermogen om de waarheid onder ogen te zien over de wandaden van hun held, ook al houdt men hen die vlak voor de ogen, het simplistische vijandbeeld...

Nog meer prangend als je als lezer weet dat dit boek in 1938 werd geschreven en dat de auteur, die zelf als arts aan het Oostfront werkte tijdens WO I, in 1940 in Parijs, waarnaar hij gevlucht was, zelfmoord pleegde toen de nazi's Parijs binnenvielen.

Leerrijk en lezenswaardig boek!

 

De oude Adam - Henrik Pontoppidan

Tussen oudere boeken zitten soms nog echte juweeltjes.

Zo ontdekte ik, dankzij de kringloopwinkel een boek van de vroegere Hasseltse uitgeverij Heideland van de Deense schrijvers Henrik Pontoppidan en Karl Gjellerup die in 1917 samen de Nobelprijs Literatuur wonnen. Zij maakten samen met o.a. Ibsen en Strindberg deel uit van "de moderne Doorbraak", een literaire strekking die inging tegen de romantische literatuur van die tijd en die zich meer richtte op naturalisme en realisme. Pontoppidan's novelle "De oude Adam", geschreven in 1984, vertelt het verhaal van een jonge man die overspannen is en die om te genezen de gezonde zeelucht opzoekt op het eiland Funen. En behalve herstel is hij ook op zoek naar de liefde. Het taalgebruik is helemaal niet ouderwets en dat voor een boek van meer dan 100 jaar oud!! En vaak is het ook erg grappig zoals in onderstaand citaat:

"Laat mij proberen rustig te vertellen wat mij vandaag is wedervaren. Vanochtend heel vroeg, eer er anderen waren opgestaan ... nee, wacht even! In onze tijd begint men fatsoenlijkerwijs met een natuurbeschrijving, een schilderachtige schets. Zo dan: De zon was net boven de gloeiende horizon opgedoken; het strand, de hellingen, de bomen langs de landweg, alles lag nog in een licht violette nevel gehuld. Een schip met purperen zielen gleed voort over het blinkende water van de zeeëngte, de witte strandvogels dartelden met gulden wieken boven de waterspiegel, enz. enz. " (De twee "enz."aan het einde van het citaat zijn niet van mij maar van de schrijver. )

 

De Paria – August Strindberg

De schrijver die erg beïnvloed werd door de ideeën van Nietsche beschrijft de noodzakelijke ondergang van een zigeuner, “een paria en minderwaardig mens”, bewerkstelligd door een “superieure ariër”. Akelige ideeën maar boeiend om te lezen.

 

De smalle weg naar het verre noorden – Richard Flanagan****

 

Wat een boek!

Ik werd er helemaal door overdonderd, gegrepen en kon niet stoppen met lezen.

Of toch wel, soms, omdat het zo mooi, zo goed geschreven is.

Dorrigo Evans is de jongste zoon van een arm gezin in Tasmanië, een nakomertje. Als hij 9 is komt zijn broer Tom terug van het front van WO I. Dorrigo ziet hem zijn plunjezak neerwerpen en in huilen uitbarsten. Hij had nog nooit een volwassen man zien wenen. Tom spreekt nooit meer over de oorlog. Het was te erg. “Hij zei helemaal niets. De gevoelens van één man zijn niet altijd bestand tegen alles wat het leven inhoudt. Soms zijn ze helemaal nergens tegen bestand”.Dit blijkt een voorafspiegeling te zijn van wat Dorrigo tijdens WO II te wachten staat.

Dankzij een studiebeurs kan hij studeren en wordt hij chirurg. Maar de Tweede Wereldoorlog breekt uit en Dorrigo wordt gemobiliseerd. Hij is half en half verloofd met de knappe maar burgerlijke en conventionele Ella. Het leek hem een goede stap voor zijn carrière. Maar dan ontmoet hij per toeval Amy, de jongere vrouw van zijn oom, en dit lijkt voor beiden de echte liefde. Het overvalt heb beiden en zij kunnen er niet aan ontkomen. “… maar alleen dat leven, die ogenblikken met haar, leken hem echt. Al het andere was een illusie waar hij als een schaduw overheen gleed, zonder binding, zonder zorgen, alleen boos wanneer dat andere leven, die andere wereld, eisen aan hem wilde stellen door te verlangen dat hij iets deed of over iets nadacht, iets anders dan Amy.”.

Maar Dorrigo moet naar het front. Na Afrika en het Midden-Oosten belandt hij in Azië waar hij als krijgsgevangene van de Japanners moet meewerken bij de aanleg van de Birma-spoorlijn.

Als arts en verantwoordelijke voor een groep van 1000 Australische krijgsgevangenen heeft hij de taak van elke dag de mannen aan te duiden die in staat zijn aan de spoorweg te werken. Doch iedereen is uitgehongerd, ziek, gewond. Zijn manschappen kijken naar hem op maar Dorrigo voelt zich zwak: “Dorrigo Evans begreep dat hij een zwakke man was die nergens recht op had, een zwakke man die door de duizend manschappen werd gekneed in de vorm van hun verwachtingen van hem als een sterke man… ze waren krijgsgevangenen van de Japanners en hij was de gevangene van hun hoop.”

De japanners zijn heel wreed, zij vinden het een eer om voor de Keizer te werken en zij verwachten dat dit voor de krijgsgevangenen ook zo is.

Als de oorlog afgelopen is, slagen de overlevenden er niet in hun leven opnieuw op te pakken.

Wat zij meegemaakt hebben tijdens de gevangenschap tekent hen voor de rest van hun leven.

Jimmy Bigelow, de bugelspeler: “Meteen na de oorlog was het al snel alsof de oorlog er nooit was geweest en kwam hij alleen af en toe midden in de nacht weer boven, als een akelige hobbel in het matras…. Daarna speelde hij jarenlang niet meer … tot dat hij op zijn tweeënnegentigste, toen hij na zijn derde beroerte in het ziekenhuis op sterven lag, met zijn goede arm de bugel aan zijn lippen zetten en opnieuw het vuur zag en het brandende vlees rook, en opeens besefte dat het het eniga was wat hem ooit was overkomen.”

En Dorrigo, die terugkeerde naar Ella en met haar trouwde, leeft verder op automatische piloot, alsof hij er niet echt is maar in het tropische oerwoud is achtergebleven. Hij is hard tegen zijn vrouw en vlucht in talloze affaires.

“Misschien was dit wel de hel, besloot Dorrigo, een eeuwige herhaling van dezelfde mislukking. Misschien was hij daar al. Net als Socrates, die de onsterfelijke ziel ontdekte terwijl hij stierf door het drinken van dollekervel, ontdekte Dorrigo het ware voorwerp van zijn liefde waar het altijd afwezig was: bij andere vrouwen die niet Amy waren.”

“Er zou geen vrede zijn en geen hoop. En Dorrigo Evans begreep dat de liefdesgeschiedenis eeuwig door zou gaan, een wereld zonder einde. Hij zou leven in de hel, omdat liefde dat ook is.”

 

Het boek is niet chronologisch geschreven maar met sprongen in de tijd, voorwaarts en terug achterwaarts. Het verhaal wordt ook niet verteld vanuit het standpunt van een van de personages maar afwisselend vanuit verschillende van hen, zelfs vanuit de Japanse bevelvoerder en de Koreaanse bewaker.

Hoewel de liefde tussen Dorrigo en Amy het belangrijkste in hun leven was, is niet enkel die liefde het onderwerp van het boek. Het handelt in de eerste plaats over de aanleg van de Dodenspoorlijn van tussen Thailand en Birma, al door de Britten gepland maar niet ten uitvoer gebracht omwille van de onmogelijkheid er van. Maar de Japanners slaagden er wel in met 300.000 krijgsgevangenen en Aziatische dwangarbeider, waarbij er meer dan 15.000 mannen het leven lieten.

Onder de 13.000 Australische krijgsgevangenen bevond zich ook de vader van de schrijver.

In Richards jeugd was het verhaal van zijn vader over de dodenspoorlijn steeds aanwezig. Hij wilde daarom hierover een boek schrijven, dat hij aan zijn vader opdroeg.

En verder gaat het boek over goed en kwaad. Niemand is helemaal goed of helemaal kwaad. Zelfs de Japanners hadden, hoe afgrijselijk wreed ze ook waren, ook hun redenen om te doen wat ze deden, opgevoed in een cultuur van wreedheid waarin je alles voor de Keizer moest over hebben.

 

De titel van het boek is ontleend aan een gedicht van een bekende 17e eeuwse Japanse haiku-dichter, Hasho.

“De smalle weg naar het verre noorden” is dankzij de bijzondere schrijfstijl en taal van Richard Flanagan, een meer dan verdiende Booker Prize winnaar. Volgens Knack was de juryvoorzitter van oordeel dat het een boek dat "zo hard in de maag stompt dat je gedurende een paar dagen geen ander boek van de stapel kan tillen."

En die prijs kwam voor de schrijver net op tijd want hij had zo lang aan dit boek geschreven dat hij had geen geld meer en zag zich bijna gedwongen in de mijnen te gaan werken! Nu verkocht hij echter de week nadat hij de prijs won meer boeken dan in de tien voorgaande jaren bij elkaar!

 

Dit is een van de beste boeken die ik de laatste tijd las, zo aangrijpend dat me niet meer loslaat de eerstkomende tijd.

 

 

De Tartaarse woestijn - Dino Buzzati ****

Een jonge luitenant, Giovanni Drogo, pas afgestudeerd aan de militaire academie, vertrekt vol idealen naar zijn eerste standplaats: een afgelegen fort aan de grens van zijn land, in een onherbergzaam bergachtig gebied. Achter het fort bevindt zich een woestijn van waar uit volgens verhalen ooit de Tartaren aanvielen. Het fort heeft geen enkel nut want er gebeurt niets en er zijn geen vijandelijke aanvallen te verwachten. Drogo wil onmiddellijk als hij aankomt opnieuw vertrekken maar hij laat zich overhalen om toch vier maanden te blijven. Als hij later, via een medische keuring, toch kan vertrekken besluit hij op het laatste ogenblik toch te blijven en dat doet hij tot hij zijn pensioenleeftijd heeft. Steeds blijft hij hopen op een vijandelijke aanval en op zijn kans op heroïsche daden. Als er dan eindelijk toch vijanden in aantocht zijn is hij ziek en niet in staat om enig aandeel te hebben in de strijd. Hij moet vertrekken maar hij sterft onderweg vooraleer hij zijn ouderlijke woning bereikt. Een tragisch verhaal van een compleet verspild leven, goed en sober beschreven. Het boek werd in 1975 verfilmd onder de titel 'Il deserto dei Tartari' met o.a. Philippe Noiret, Max Von Sydow, Fernando Rey, Vittorio Gassman en Jean-Louis Trintignant. Dino Buzzati (1906-1972) studeerde rechten, werkte als redacteur en verslaggever en publiceerde verschillende romans en ook korte verhalen. 'De Tartaarse woestijn', ook verschenen onder de titel 'De woestijn der Tartaren' en ook 'Eenzame vesting' werd in 1939 geschreven.

 

 

De trotse bedelaars - Albert Cossery ****

Geschreven in 1955. Cossery groeide op in Egypte. Later verhuisde hij naar Frankrijk. Deze roman speelt zich af in een stad als Cairo. De hoofdpersonen leven aan de zelfkant. Zij willen enkel hun hoogstnoodzakelijke levensbehoeften bevredigen en kijken neer op mensen die op geld, carrière en status uit zijn. Zij hebben niets en dus daarom ook niets te verliezen. Het boek kwam uit onder de Franse titel “Mendiants et orgueilleux” en is ook verfilmd met Georges Moustaki in de hoofdrol.

De twaalf stammen van Hattie – Ayana Mathis

 

De Hattie uit de titel is Hattie Sheperd, een zwarte vrouw. Als kind woonde ze in Georgia met haar ouders en haar twee zussen. Haar vader had een eigen zaak maar in 1923, als Hattie 15 is, wordt hij door blanken vermoord. Haar moeder verhuist dan met haar dochters naar Philadelphia in het noorden. Dit was de periode van de “great migration”, die in 1916 op gang kwam, en toen duizenden Amerikanen van Afrikaanse origine van de landelijke gebieden in het zuiden naar de steden in het Noorden trokken. In Philadelphia moeten zij niet langer van de stoep afgaan als er een blanke passeert. Dit is wat de jonge Hattie het eerst opvalt. Maar ook hier leven zij niet in rijkdom, integendeel. Het boek bestaat uit verschillende hoofdstukken die vanuit Hattie en daarna vanuit het standpunt van haar kinderen worden verteld. Zo leren we Hattie kennen. Hattie die als jonge vrouw haar eerstgeborenen, een tweeling, verloor en hierdoor zo gekwetst en beschadigd raakt dat ze niet meer in staat lijkt nog affectie te geven aan haar andere kinderen en aan haar man. Telkens worden andere facetten van haar belicht, verneem je hoe haar kinderen haar ervaren hebben en hoe zij het er in hun leven van af brachten. Het zijn allemaal mensen die door gebeurtenissen in het verleden beschadigd zijn geraakt en die op hun manier het beste van hun leven trachten te maken. Twee citaten, één uit het begin en een van de laatste regels van het boek: “Toen ze een meisje was klonk iedere dag in de blauw kleurende dageraad de werksirene over de velden, de huizen en de zwarte gombomen. Vanuit haar bed zag Hattie de dagloners over de weg sjokken die langs haar huis liep. De trageren, zoals de zwangere vrouwen, de zieken en kreupelen, degenen die te oud waren voor de katoenpluk en degenen met baby’s in een doek op hun rug, kwamen altijd na de eerste sirene voorbij. De sirene joeg ze op als een zweep. Somber de weg en somber hun gezichten. “ Het tweede citaat:“Hattie sloeg een arm om Sala heen en trok haar tegen zich aan. Ze klopte ietwat hardhandig op de rug van haar kleindochter, want tederheid was niet iets waarmee ze vertrouwd was.”

Dit boek verscheen in 2012 en werd in 2013 in het Nederlands vertaald. Het leest erg vlot en liet me tijdens het lezen niet los. Het is de debuutroman van de jonge schrijfster Ayana Mathis. Het kende erg veel succes in de VS zeker nadat Ophrah Winfrey het in haar “bookclub” had aangeprezen.

Als je onderstaande link aanklikt kan je een erg boeiend stuk (in het Engels) lezen, geschreven door Ayana Mathis, dat handelt over haar moeder die ook de nodige psychische problemen kende toen Ayana jong was en hoe dit voor haar als kind was.

 

 

De verborgen geschiedenis van Courtillon - Charles Lewinsky ***

Een man trekt zich terug in Courtillon, een klein afgelegen dorpje in Frankrijk, na een mysterieuze ongelukkige liefdesgeschiedenis. Om zijn liefdesverdriet te verwerken schrijft hij in (niet verzonden) brieven aan verloren geliefde over het dagelijks leven in Courtillon. En alles is daar niet even eenvoudig als het eerst zou lijken en iedereen heeft zo zijn geheimen. Heel knap geschreven.

De beginregels als citaat:

"De wereld is duizend passen lang.

Als je kwam (maar je komt niet), zou je de hoofdweg moeten verlaten, je herkent de afslag makkelijk, ze hebben de weg daar rechtgetrokken en de oude rijstrook loopt dood in het onkruid, je zou uitstappen en me volgen, duizend passen ver, een wereld ver."

 

De vergeten wals – Anne Enright

 

Gina is een jonge Ierse vrouw. Ze is net terug van een reis door Australië met haar vriend en latere man Connor, op wie ze erg verliefd is. Dan ziet ze op een tuinfeest bij haar zus een buurman,Sean. De wat oudere man wekt haar belangstelling. Ze ontmoet hem nog een paar keer. Ze voelt zich tot hem aangetrokken en wordt verliefd op hem. Ondertussen is ze wel met Connor getrouwd.

Maar Gina en Sean beginnen een relatie, die natuurlijk op een dag aan het licht komt.

Het boek werd erg gemengd onthaald door de critici. Terwijl op Cobra.be gesproken word over een “magistraal gecomponeerde roman” , spreekt de recensent van De Standaard over “gewoon weer een boek over ontrouw” en raadt hij over dit onderwerp eerder “Madame Bovary” aan.

Dat is wel appelen met peren vergelijken. Madame Bovary is een ongelukkige en gefrustreerde vrouw, slachtoffer van haar milieu en haar tijd, die het geluk verwacht van de mooie ridder op het witte paard. Gina is een jonge onafhankelijke vrouw. Ze is niet ongelukkig in haar relatie en huwelijk met Conor. Ze is verliefd op hem en ze vindt hem aantrekkelijk (hoewel hij een volledig behaarde rug heeft, maar smaken verschillen natuurlijk). Ze voelt zich ook helemaal geen slachtoffer, ze is zich bewust van haar eigen aandeel in wat er gebeurt.

Haar relatie met Sean is inderdaad een geval van overspel en ontrouw zoals er zo vele zijn. Maar het gewone van deze affaire maakt deze roman niet tot een slecht boek. Integendeel. Anne Enright legt net de nadruk op het alledaagse, wekt nergens de indruk dat de relatie van Sean en Gina uitzonderlijk is. Mensen die dit zelf meemaken leven uiteraard wel in de veronderstelling dat zij uniek zijn maar Gina merkt al snel dat Sean maar een gewone man zoals een andere is, die het met zijn plichten niet zo nauw neemt. En dit wordt erg goed beschreven vind ik.

De verliefdheid die allesoverheersend wordt, zodat je niets anders meer ziet, totaal verblind bereid bent tot grote risico’s met alle gevolgen van dien. De aanbedene die stilaan zijn glans verliest en die uiteindelijk toch maar een mens met gebreken blijkt, zoals iedereen. En hoe je dan verder gaat zo goed je kan.

Het boek is niet chronologisch geschreven maar met sprongen in de tijd. Het verhaal wordt verteld vanuit het standpunt van Gina. De bankencrisis van 2008 die Ierland, de Keltische Tijger, de das om deed, is op de achtergrond aanwezig en heeft een invloed op ieders leven.

De roman is onderverdeeld in drie delen met voorwoord, een voorbeschouwing op de relatie.

In het eerste deel (blz. 5-91)vertelt Gina over zichzelf, hoe ze als kind was, over haar relatie met haar ouders en haar zus, over haar relatie en huwelijk met Conor en over de ontwikkeling van haar affaire met Sean.

Over haar huwelijk met Conor: “We hadden het leuk. De zevenhonderd familieleden uit Youghal en mijn oom uit Brussel. Wij, Conor en ik, hadden de napret van ontzettend veel seks en een vakantie in Kroatië (goedkoop na al die buitensporigheid), en we werden op een ochtend weer in Clonskeagh wakker: katterig, lichtzinnig en onbevreesd.

Het jaar daarna, de twee jaar daarna, was ik gelukkiger dan ooit.

Dat weet ik. Ondanks de bitterheid die zou volgen, weet ik dat ik gelukkig was.”

En dit. Het is 2007, net voor de bankencrisis, en Ierland gaat het nog steeds voor de wind. Gina en Conor gaan op huizenjacht, de voorafspiegeling van het einde van hun relatie.

“Het leek niet veel gevraagd – een huis dat elke keer dat je naar buiten kijkt je leven schoonspoelt – maar kennelijk was het dat wel. Het was veel te veel gevraagd. Ik maakte keer op keer het sommetje en kon de uitkomst nooit geloven.

De uitkomst was het punt vanwaar we waren vertrokken, voordat we de weg kwijtraakten.”

Dit deel eindigt met de dood van Joan, de moeder van Gina.

 

In het tweede deel (blz. 92-141) woont Gina in haar moeders huis met Sean, of af en toe met Sean, want dat is niet zo duidelijk. En de verliefdheid die zijn glans verliest.

“Hij leest de krant – nogal vaak, eigenlijk – en daar is allemaal niets mis mee, maar soms word ik gek van zijn onbuigzaamheid, of misschien van die van alle mannen.

Het is alsof ze niet weten dat je bestaat als ze je niet vlak voor zich hebben. Als Seán er niet is, denk ik de hele tijd aan hem, aan wie hij is, en waar hij is, en hoe ik het hem naar de zin kan maken. Ik bekommer me om hem. De hele tijd.

En dan komt hij binnen…

Ik weet niet waarom ik me zorgen zou maken over de vrouwen met wie hij Aileen ontrouw is geweest, … Het kan me niet schelen.

Hij houdt nu van mij. Of hij houdt ook van mij.

Of.

Ik houd van hem. En meer kan geen van ons weten.”

Deel drie (blz. 142-175) gaat over Gina en Evie, de dochter van Sean.

Ik loop met Seáns mooie vergissing door de al bijna donkere stad. Want het wás een vergissing dat Seán een kind kreeg, en het was vooral een vergissing dat hij dit kind kreeg: een meisje dat de wereld in kijkt met zijn grijze ogen, met een geest die helemaal van haarzelf is. Geliefden kunnen vervangen worden, denk ik een beetje bitter, maar kinderen niet. Wie ze ook zal worden, hij zal er nooit aan ontkomen dat hij van Evie houdt.

Ik denk dat ik ook van haar houd, een beetje.”

 

De drie delen zijn op hun beurt onderverdeeld in hoofdstukken met oude Engelse hits als titel zoals “Dance me to the end of love”, “Crying in the chapel”, “The things we do for love”…

Ik vind dat wel grappig. Het relativeert alles.

En Gina zelf relativeert ook wel haar leven en wat er gebeurt. “We werkten ons een slag in de rondte en feestten als we konden. Meestal rolden we ’s avonds in bed na een zware dag en een snel achterovergeslagen glas van wat voorhanden was: ik was tegen die tijd van de chardonnay af, laten we het de jaren van de sauvignon blanc noemen.”

Ze is niet altijd sympathiek maar haar zelfspot is dat wel, ze gaat niet echt diep in op haar gevoelens, tenzij bij de dood van haar moeder, je weet als lezer ook niet wat er vroeger allemaal gespeeld heeft in haar leven als kind, met een vader die dronk maar die voor iedereen als charmant doorging. Gina is een gewoon mens, van vlees en bloed, met leuke en minder leuke kanten. Ze maakt haar leven in de war maar ze verwijt dit niet aan een ander.

 

De titel van het boek begreep ik niet echt. Volgens de recensent op Cobra.be verwijzen de drie delen van de roman naar de drie kwartsmaten van de wals. Maar zelf zou ik dit niet ontdekt hebben.

 

Voor mij was dit boek zeker zo goed als “De samenkomst” waarmee de schrijfster de Booker Prize won in 2007.

Met haar roman “De vergeten wals” won ze in 2012 de “Carnegie Medal for Excellence in Fiction”. Het boek stond datzelfde jaar ook op de shortlist van de “Orange Prize for Fiction.

 

 

De vrouwen van Lazarus – Marina Stepnova

 

De titel van deze roman dekt niet echt de lading. Hij gaat over zo veel meer dan die vrouwen.

Het verhaal begint in 1986 als de 5-jarige Lidotsjka met haar ouders op vakantie is aan de zwarte Zee. Het meisje en haar ouders vormen een heel gelukkig gezinnetje mat Lidotsjka als het schitterende middelpunt. Maar haar moeder verdrinkt en haar radeloos verdrietige vader verdwijn t en Lidotsjka wordt naar haar oma Galina gebracht, een gegoede vrouw die niet veel met kinderen op heeft.

Dan vernemen we de geschiedenis van Maroesja en haar man Tsjaldanov, een vooraanstaand professor en wetenschapper. Op een dag in november 1918 duikt de 18-jarige Lazarus Lindt op aan hun woning.

“… zo ’n novembermorgen van het jaar 1918 dat het vroor dat het kraakte. Uw bereidwillige verbeelding heeft u vast al een baaierd aan door de tand des tijds vergeelde daguerreotiepen voorgetoverd: kou, honger, ontwrichting, verregaand kannibalisme, doodsangst, broedermoord, tyfus. Maar in werkelijkheid was het in Moskou zo gek nog niet.”

Lazarus Lindt is een jonge joodse man die uit een kleine sjtetl komt in het noorden. Hij blijkt een wetenschappelijk genie te zijn en Tsjaldanov neemt hem onder zijn vleugels.

“Tsjlaldanov dacht wel eens dat de Schepper gewoon te veel haast had gehad om Lindts geniale wezen in het eerste het beste mensenlichaam te proppen, als hijzelf dat genoemde wezen niet in de hand kon houden. Als een gepofte aardappel, zeg maar, gloeiend heet, verkool, met een suikerachtige barst, die je eerst van je enen in je ander hand gooit om af te laten koelen, en die je dan toch pardoes in het onzichtbare nachtgras laat vallen, krijg de kolere maar, veel te heet – sorry hoor, nog mooi dt ie niet in een koeienvlaai belandde, we mogen God nog dank je wel zeggen. Het voorhanden zijnde lichaam bleek een beschamend klein, iel en pezig geval…”

Lazarus wordt verliefd op de veel oudere Maroesja;

“In haar jeugd was ze ongetwijfeld een knap ding geweest, helemaal op die nu vergeten manier, waarop vrouwelijke schoonheid gepaard ging met een vage charme en waarbij een meisje van goede familie onherroepelijk veel hoort te huilen om niets, een frisse huis met kille melkwitte toets moest hebben, en elke maand dagenlang op bed lag in speciaal daarvoor bestemde rokken.”

Als bijna 60-jarige trouwt Lazarus, tegen haar zin en onder dwang, met de 19-jarige Galina. Zij krijgen een zoon Boris/Borik naar wie geen van beiden veel omkijken.

“Borik, voor wie zijn ouders niet meer oog hadden dan voor enig ander voorwerp uit hun interieur … groeide tegen alle pedagogische en menselijke wetten in op tot een geweldige jongen, een beetje sullig, maar van geen enkel belang voor de psychotherapeut. Eens te meer een voorbeeld van het feit dat een goede welstand de kinderziel heel wat minder verminkt dan een schrijnende, uitzichtloze armoede.”

En Borik vergeet die liefdeloosheid nooit en geeft samen met zijn vrouw alle liefde en aandacht aan hun dochtertje Lidotsjka….

Met de bovenstaande fragmenten heb je een idee van de stijl van het boek. Goed en humoristisch geschreven. Maar helemaal niet oppervlakkig maar net met veel oog voor detail.

De roman kent veel personages, veel zijlijnen, nevenverhalen die de geschiedenis vertellen van nevenfiguren, doch zonder ooit saai en te uitvoerig te worden.

En behalve de persoonlijke geschiedenis van de personages, verneemt de lezer ook meer over de situatie in de Sovjet Unie vanaf 1918 tot na het uiteenvallen van het land, het leven van de elite, de proeven met de atoombommen, de vervolging van Trotski en zijn aanhangers, over de periode met Beria en Stalin …

Deze vlot lezende roman doet denken aan de Russische klassiekers.

“Een literaire triomf” noemt Anne Jongeling dit boek in haar recensie op NU.nl en dat is helemaal niet overdreven.

Het boek verscheen ion 2011 en werd in 2014 in het Nederlands vertaald.

De omslag toont een portret van een jonge vrouw geschilderd door Modigliani.

Dokter Glas – Hjalmar Söderberg

(Uitgeverij Wereldbibliotheek Amsterdam – 2004 – vertaling door Bertie van der Meij.)

Dokter Glas is een 33-jarige huisarts ergens in Stockholm, aan het begin van de 20e eeuw. Het is een nogal in zichzelf gekeerde en eenzame man.

“Buiten hangt de grote blauwe nacht boven de bomen van het kerkhof. Het is nu stil in de stad, zo stil dat de zuchten en fluisteringen van de schimmen beneden tot hierboven doordringen, en een enkele keer snijdt er een brutale lach doorheen. Ik he het gevoel dat op dit moment niemand in de wereld eenzamer is dan ik. Ik, afgestudeerd medicus Tyko Gabriel Glas, die soms anderen helpt maar nooit mezelf heb kunnen helpen, en die op 33-jarige leeftijd nog nooit bij een vrouw is geweest.”

Hij voelt zich aangetrokken tot Helga, de jonge vrouw van de veel oudere dominee Gregorius.

Op een dag komt Helga bij hem op het spreekuur en ze vertelt hem dat ze haar man niet langer bij haar in bed verdraagt. Ze bekent ook dat ze een minnaar heeft.

Glas ziet er geen graten in om de dominee leugens op de mouw te spelden zodat hij zijn vrouw gerust laat. Hij raadt hem gescheiden slaapkamers aan omwille van haar gezondheid. Want ook een dominee, weet hij, is niet vrij van lichamelijke lusten.

“En ik geloof niet dat ik al te indiscreet ben als ik u er op wijs dat de voortdurende nabijheid vvan een jonge vrouw, en dat nog wel ’s nachts, op een dominee ongeveer dezelfde uitwerking heeft als op welke andere man dan ook. Ik heb in Uppsala gestudeerd, ik kende daar nogal wat theologen en ik heb niet bepaald de indruk gekregen dat de studie theologie beter dan andere studies jonge lichamen een brandverzekering biedt tegen dit soort vuur.”

En in zijn verlangen om Helga gelukkig te maken, vat hij, die elke vrouw die bij hem komt om een abortus weg stuurt, hoe triest haar omstandigheden ook zijn, zelfs het plan op dominee Gregorius te doden. (Ik kan dit verklappen want het staat op de achterflap!)

Enige hypocrisie is dokter Glas dus niet vreemd.

Maar voor hij tot die daad overgaat voert hij er met zichzelf wel nog felle discussies over:

’Kortom, de wet is belachelijk, en een fatsoenlijk mens laat zijn handelen daar niet door bepalen.’

‘Maar de ongeschreven wet? De moraal?’

‘Beste vriend, de moraal bevind zich, dat weet jij net zo goed als ik, in vloeibare staat… De moraal dat is de beroemde krijtcirkel rond de kop: wie er in gelooft blijft er in gevangen. De moraal, dat is de mening van anderen over wat juist is. Maar hier gaat het over mijn mening!’”

En:

“’… ik ben een geboren toeschouwer, ik wil comfortabel in een loge zitten toekijken hoe de mensen elkaar op het toneel vermoorden, maar zelf hen ik daar niets te zoeken, ik wil er buiten blijven, laat me met rust!’

‘Slappeling! Je bent een slappeling!’

‘Ik ben bang. Dit is een nachtmerrie.’

Behalve dat hij hypocriet is, uit Glas ook wel andere ideeën die niet zo fris zijn. Zo heeft hij er bedenkingen bij wat geesteszieken wel kosten voor de samenleving, gaat hij wel erg licht om met de gevolgen van verkrachting voor een vrouw en kijkt hij nogal neer op gewone mensen.

Hoewel deze heel bondige samenvatting het zou kunnen doen vermoeden, is dit geen triest boek.

Het moet het niet van het verhaal hebben maar het is een heel boeiend boek over moraal, liefde, zelfbedrog. Maar toch voornamelijk over moraal: hoe de jonge dokter zichzelf er langzaam aan van overtuigt dat hij niets verkeerd doet als hij de dominee ombrengt.

Er staan mooie passages in het boek, en ook wel grappige, zoals die hierboven over het libido van theologen. Of dit over het huwelijk van een zwanger meisje aan wie hij abortus had geweigerd: “… de dominee die het tijdens de smadelijke trouwerij kort en zakelijk hield, misschien terecht enigszins gegeneerd toen hij beide partijen in naam van de Heer aanspoorde te doen wat ze overduidelijk al hadden gedaan”.

Het boek is in de ik-vorm geschreven. Het is een soort van dagboek of innerlijk monoloog van dokter Glas, waarin hij zowel zijn gedachten als zijn leven beschrijft gedurende enige maanden.

En hoewel het boek meer dan 100 jaar oud is, is het nog vlot leesbaar en niet gedateerd. De roman, verscheen namelijk in 1905 en heeft toen wel nogal opzien gebaard omdat er een moord in zou worden goed gepraat. Ik las op internet ook dat er 100 jaar later een vervolg op dit boek zou geschreven zijn, “Gregorius”, geschreven door Bengt Ohlsson. Ook Maarten ’t Hart heeft er zijn boek “Vlucht regenwulpen” op gebaseerd.

 

Prachtige klassieker wat mij betreft!

 

Duister spoor - Inger Frimansson

Hilja groeide samen met haar oudere zus Karla en haar broer Kristian op bij haar moeder. Hun vader, die gehuwd was en niet bij hen woonde, kwam af en toe op bezoek. Na de dood van de vader pleegt de moeder zelfmoord en Hilja vindt haar. Kristian gaat bij een voogd wonen en Hilja wordt verder opgevoed door haar dominante oudere zus. Als Kristian het vroegere vriendinnetje van Hilja Jenny ontmoet, nu een succesvolle actrice, komen er zaken uit het verleden naar boven. Een goede psychologische thriller.

Inger Frimansson is een Zweedse schrijfster van psychologische thrillers.

 

Duitse les – Siegfried Lenz *****

 

Sigi Jepsen verblijft in een tehuis voor probleemjongeren op een Duits eiland een tiental jaren na het einde van de Tweede Wereldoorlog. Als straf moet hij in zijn kamer blijven tot hij een opstel geschreven heeft over de vreugden van de plicht. Hierop begint hij een verhaal over zijn vader te schrijven, een politieagent in een Duits dorp aan de Waddenkust, dicht bij de Deense grens. Tijdens de oorlog krijgt hij de opdracht een in de omgeving wonend kunstschilder het schilderen te verbieden. Deze schilder is echter een vriend van hem en heeft hem ooit het leven gered. Dat belet Sigi’s vader echter niet zijn plicht nauwgezet uit te volbrengen.

Een prachtig boek over plicht en plichtsbesef en wat dat teweeg brengt als je het tot in het absurde doordrijft.

Een boek dat me voor het eerst in een paar jaar zo begeesterde dat ik er iedereen mee lastig viel!!